FAQ: Eefje is BAM!

Lieve vrienden, familie en toevallige lezers,

Ik heb net aangekondigd dat ik mijn tweede kindje verwacht! Dat er geen vader in the picture zal zijn zijn jullie al wel gewoon van mij, maar deze keer is het nog een beetje anders… Deze keer is het ook zonder partner.
Ja, ik ben zwanger en doe het helemaal alleen. Ik word BAM (bewust alleenstaande moeder). Ik kan me inbeelden dat het (bij sommigen) veel vragen en twijfels oproept, al hoop ik natuurlijk dat we gewoon samen vooral het algehele gevoel van blijdschap kunnen delen. Ik begrijp dat jullie graag antwoorden krijgen op al die vragen, maar niet elke vraag is voor mij even leuk om keer op keer te beantwoorden. Om het mezelf dan wat gemakkelijker en aangenamer te maken heb ik een aantal vragen al van een antwoord voorzien.

Q: Ben je per ongeluk zwanger geraakt en ga je het kind alleen opvoeden?
A: Neen, ik ben bewust op zoek naar een donor gegaan om zwanger te worden en zo mijn kinderwens te kunnen vervullen. Ja, ik ga het kind alleen opvoeden. En ik heb er goesting in!

Q: Kan je niet beter gewoon wachten tot je een nieuwe partner hebt?
A: De cynische Eefje zou nu zeggen: ‘ik ben gewoon niet gemaakt om van te houden’. Maar het meer aanvaarde antwoord luidt: in een ideale wereld was ik gewoon gelukkig getrouwd en had ik een mooi gezin mét partner. Jammer genoeg lopen de zaken niet altijd zoals je zou willen… Ondertussen blijft mijn biologische klok wel verder tikken en op een bepaald moment moet je een keuze maken:

  1. wachten op de perfecte partner met de kans dat het op een bepaald moment te laat zal zijn om nog aan kinderen te beginnen of hij niet eens (meer) kinderen wil
  2. zelf mijn kinderwens vervullen en mezelf daarna alle tijd van de wereld geven om de juiste partner te vinden zonder enige (biologische & tijds-)druk.

Q: Maar je kan toch nog kinderen krijgen op je 40? Zo oud ben je nog niet!
A: Klopt. Ik ben nu bijna 30, maar ik werd voor het eerst moeder toen ik 24 was en heb altijd jonge moeder willen zijn. Ik zie mezelf niet op latere leeftijd nog moeder worden. En Lou wordt ook elke dag ouder, het zou leuk zijn moesten ze geen 25 jaar verschillen van elkaar.

Q: Hoe zit dat nu met dat donor-gedoe?
A: In tegenstelling tot hoe het is gegaan bij Lou heb ik deze keer geen gebruik gemaakt van een anonieme donor. Bij baby nummer 2 heb ik gebruik gemaakt van een gekende donor buiten het ziekenhuis om, wat wil zeggen dat ik mezelf thuis heb geïnsemineerd met donorsperma van een persoon die ik ‘ken’.
Belangrijke disclaimer: er is NIEMAND, behalve ikzelf, op de hoogte van de identiteit van de donor. En dit blijft zo totdat mijn kind oud genoeg is om als eerste de identiteit te weten te komen. Ik wil geen situatie creëren waarin iedereen op de hoogte is van de identiteit behalve mijn kind zelf. Dus het heeft verder ook geen zin om me verder vragen te stellen daarover, ik zal niet antwoorden (en waarschijnlijk een beetje geïrriteerd geraken als je blijft aandringen ;-)). Mijn kind zal op een bepaalde leeftijd de mogelijkheid krijgen om contact op de nemen met zijn/haar biologische vader (donor) moest hij/zij dat willen. Maar tijdens het opgroeien maakt de donor op geen enkel vlak deel uit van ons leven; fysiek, emotioneel of financieel.
Als jullie verder geruststelling nodig hebben: de donor is gezond, op voorhand hebben we een contract opgesteld en alles is veilig, d.m.v. zelfsinseminatie, gebeurd. Dat wil zeggen dat er geen fysiek contact is geweest. Ik heb hierover een apart blogbericht geschreven dat later nog online zal komen.

Verder vraag ik jullie dus (uit respect voor mijzelf, Lou en vooral baby 2) om hier verder niet te veel persoonlijke vragen over te stellen. De informatie die ik hierboven gaf is eigenlijk alles wat ik wil vertellen. Laten we het dus niet ongemakkelijk maken voor elkaar 😉

Q: En kan je dat financieel wel allemaal te baas?
A: Stel dat ik zeg: ‘nee’, wat ga je dan doen of zeggen? Is dit überhaupt een gepaste vraag? Net zoals bij Lou zal ik er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ook dit kind niks tekort komt. Op dit moment woon ik in een leuk huis en heb ik een super toffe, stabiele job en genoeg inkomsten om ‘gewoon’ te leven. Weliswaar zonder chique auto en merkkledij, maar we weten allemaal hoeveel waarde ik hecht aan zo’n dingen hé… 😉 Ik blijf toch altijd een beetje halve hippie.

Q: Ben je niet bang dat je Lou niet genoeg aandacht kan blijven geven?
A: Ja, absoluut. Lou is mijn alles, mijn grote trots, mijn lichtpunt en ik wil haar nooit iets tekort doen. Ze is sowieso al 70% van de tijd bij mij, dus het is al jaren gewoon zij en ik. Ze is het gewoon om alle aandacht voor zich te hebben, zij komt altijd op de eerste plek en als ze iets nodig heeft, dan ben ik daar. Maar ze is ook een beetje een typisch verwend enig kindje, dus laten we dat proberen veranderen.
Dat gezegd zijnde is ook zij grote vragende partij voor een broertje of een zusje en ben ik er zeker van dat het voor haar ontwikkeling goed zou zijn om de aandacht wat te delen ;-).

Q: Wat zegt jouw familie er van?
A: Leuk! Doen! Ga ervoor! Ze kennen me uiteraard ook wel goed en het is leuk om te horen dat iedereen vertrouwen in mij heeft. Mijn moeder is vanzelfsprekend de grootste steunende factor, maar zelfs mijn vader, een man van weinig woorden en veel twijfels, zei iets in de trant van ‘ik had wel verwacht dat jij zoiets zou doen, dat komt wel goed.’

Q: Wat zeggen jouw vrienden er van?
A: Vrienden moeten soms advocaat van de duivel spelen (en ze hebben dat recht, zijnde beste vrienden) en willen gewoon het beste voor jou. Dus ook al zijn mijn vrienden allemaal heel erg blij, we hebben er veel en lang over gepraat. Vooral ook omdat zij als de beste weten hoe zwaar ik heb het gehad met Lou in het begin of zelf al meerdere kinderen hebben met partner en het zelf heel zwaar hebben (gehad). Maar wat ik zonder die madammen zou doen? Geen idee! Met zoveel geduld mee mijn ovulatietests vergelijken… Da’s echte vriendschap!

Q: Besef je hoe zwaar het gaat worden?/ Wauw, ik zou het niet kunnen! / Amai, je moet wel sterk in je schoenen staan om dit te doen!
A: Ja. Ik besef erg goed waar ik mee bezig ben. Maar deze opmerkingen, hoe goed ze ook bedoeld zijn, zijn eigenlijk niet zo tof. Want als reactie op zulke vragen en opmerkingen heb ik het gevoel alsof ik me OF moet verantwoorden OF moet bevestigen hoe sterk ik wel niet ben.
Maar er komt een moment (en waarschijnlijk wel meerdere) waarop het wel te zwaar is, waarop ik het niet kan, en waarop ik niet sterk in mijn schoenen sta en gewoon alleen maar wil huilen. Want dat is ook gewoon een deel van moederschap, alleen of met partner. De werkelijkheid is: ik kan het écht niet altijd. Ik ben niet altijd sterk, ik ben zeker niet altijd perfect. Er zullen meerdere momenten komen dat ik het niet meer zie zitten. Ik zal ,mezelf kennende, héél veel wenen en héél veel hulp nodig hebben. Iemand die eens boodschappen voor me doet, iemand die Lou eens naar school kan brengen, iemand die eens een uurtje met de baby wil gaan wandelen als ik echt eens wil slapen en, vooral, iemand die wil luisteren als ik erdoor zit. Iemand bij wie ik uit mag huilen. Iemand waarbij ik mag en kan uitspreken dat het allemaal nog zo veel zwaarder is dan ik had verwacht. Iemand die ik in paniek kan opbellen en kan schreeuwen: ‘waarom dacht ik dat ik dit in mijn eentje zou kunnen?!’.
Als ik mezelf bij jou enkele weken voordien heb moeten verantwoorden: ‘ja hoor, ik kàn dit echt wel, ik heb er echt goed over nagedacht!’, dan durf ik later, als het even niet zo goed gaat, niet naar jou komen om je om hulp te vragen, terwijl ik die eigenlijk wel nodig heb. Begrijp je?

 

Naast al deze vragen zijn er ook een hele hoop vragen die jullie mij keer op keer opnieuw mogen vragen. Hierop antwoorden word ik nooit beu. Om jullie een beetje inspiratie te geven:

Q: Wauw, wanneer/hoe wist je dat je zwanger was?
Q: Ging het vlot? Hoeveel pogingen heb je moeten doen?
Q: Weet je al wat het gaat worden?
Q: Hoe reageert Lou erop?
Q: Heb je al een naam?
Q: Mag ik voor je koken en je vriezer vullen met kraamkost?
Q: Heb je een voorkeur voor geslacht?
Q: Heb je nog kleding, buggy, badje, … nodig, want op mijn zolder staat nog…?
Q: Al nagedacht over je bevalling?
Q: Ga je een babyborrel geven?
Q: Mag mijn baby op playdate komen?
Q: Wat als het een tweeling is?
Q: Waar kan ik bij helpen?
Q: Ga je weer borstvoeding geven?
Q: Voelt de zwangerschap anders dan bij Lou?
Q: Zal ik de afwas eens komen doen?
Q: Ben je al bezig met een geboortekaartje?

 

Los van mijn donkere, grappig bedoelde cynisme af en toe besef ik heel erg goed dat alle vragen meestal voortkomen uit liefdevolle bezorgdheid en oprechte interesse en daar ben ik jullie heel dankbaar voor. Ik wil jullie ook bedanken voor alle steun die ik afgelopen weken al heb gekregen en ongetwijfeld nog zal krijgen komende maanden!

Tot slot nog even vermelden dat ik ongelooflijk blij en trots ben. Ik kan niet wachten om het kleine mensje te ontmoeten in april 2021!

 

Emo-Ode aan Lou

Lieve Lou,
Je bent nu 1 jaar. En de tijd lijkt steeds sneller te gaan!
De eerste maanden heb je in mijn armen geleefd. Nergens anders kwam je tot rust, nergens anders wilde je zijn. En dat vond ik (meestal) niet erg. Want ik heb altijd maar 1 doel gehad. En dat is dat je altijd zou weten dat ik er voor je ben.
Sinds enkele weken neem je (letterlijk en figuurlijk) stapjes. Weg van mij. De armen van mama T zijn ook heel veilig, en man, wat is het leuk om te spelen en te lachen met haar! Je steekt nu ook je armen uit naar Mutti, Omi en je lieve meter en gaat graag op wandel met Nannie en Nono en Bompa & Bibi. En plezier maken met je tantes en nonkels, ja, da’s nu echt wel fijn! Je kijkt vaak nog achterom terwijl je ogen vragen: ‘mama, ben je er nog?’ En dan lach ik en zeg ik: ‘Ja Louke, mama gaat niet weg, speel maar rustig verder.’ En dat doe je dan ook.

Elke dag ben je een beetje zekerder van jezelf en een beetje zekerder van mij. Je zet een stapje verder weg van mij, omdat je erop kan vertrouwen dat ik er altijd wel zal zijn. En da’s wat ik heb gewild. Dat je stukje bij beetje de wereld kan gaan verkennen, rustig en op je eigen tempo, zonder angst.

Lieve Lou,

Als ik je nu, na een intens jaar als bijna één geleefd te hebben, zo gelukkig zie rondwandelen en kruipen, dan word ik overvallen door trots. Ik ben ongelooflijk trots op dit prachtige, magische, lieve, zachtaardige meisje. Trots en dankbaar dat ik je mama mag zijn. En intens, immens gelukkig met mijn prachtige dochter en waanzinnig lieve vrouw, mijn gezin.

Lieve Lou,

Jij kan mensen betoveren met je blik en met je lach. En dat doe je ook bij mij, elke dag opnieuw.

Lieve Lou,

Ik ben klaar met mijn zeemzoeterige, overemotionele ode aan jou (hoewel ik eerlijk gezegd vlotjes tot aan je derde levensjaar zou kunnen doorgaan). Ik zet deze brief nog op mijn blog en Facebook, maar voor de rest zal ik hem niet delen, zodat je je later niet moet schamen voor mijn overdreven emoties. Graag gedaan.

Lieve Lou,

Ik hou van jou. Eeuwig.

Fijne verwekkingsdag!

Voor een verjaardagsfeestje is het nog iets te vroeg, maar tijd om de verwekking van onze dochter te vieren is het wel!

Een beetje bizar misschien?

Dankzij de geweldige technologieën van spermadonatie en kunstmatige inseminatie weten we precies wanneer onze kleine Lou verwekt werd (of toch wanneer een sterke spermacel zijn best deed om mijn eitje te bereiken).

Op 5 februari 2015 vertrokken we met een enorme kriebel in de buik, slappe benen en een onwennige houding naar het ziekenhuis. Want… Het was de dag. DE DAG. De dag waarop we een eerste poging zouden ondernemen om zwanger te worden. Ik was niet van plan om te doemdenken en het slaagpercentage te berekenen. Neen, dit ging ‘m worden! Ik ging zwanger worden!

Na wekenlang (maandenlang) allerlei onderzoeken te ondergaan, van koude eendenbekken (down there) tot de liters bloed die telkens weer opnieuw nodig waren voor één of ander onderzoekje, was de inseminatie op zichzelf een piece of cake.
Benen open (dat was ondertussen al een beetje story of my life geworden, als je zwanger wil worden doe je niets anders. Maar ook in de ‘normale’ omstandigheden, dus eigenlijk niet zo speciaal), een kriebelig slangetje naar binnen en het ‘harde’ werk van een (hopelijk) slimme, knappe man met een geweldig gevoel voor humor wat laten rondzwemmen. Een kwartiertje liggen te liggen en KLAAR! O ja, natuurlijk ook nog een paar emotionele traantjes uitwisselen met mijn vrouw. En dan weer kleren aan. En naar huis. En beginnen wachten. En ook even langs de Quick passeren omdat je ervan overtuigd bent dat je ‘goestingskes’ al begonnen zijn. En ook kwaad worden om onbenulligheden omdat je ervan overtuigd bent dat je hormonen al in overdrive zijn.

Een week en twee zwangerschapstesten van het Kruidvat later… Niets, nada, noppes. Geen roze streepje, geen roze wolk. Wel een beetje buikpijn. Alsof ik mijn regels moest krijgen. En écht slecht gezind zijn. Alsof ik mijn regels moest krijgen. En een beetje misselijkheid. Die ik me zeker en vast aan het inbeelden ben omdat ik er allemaal te hard mee bezig ben.

37884df894812ec135208d1dc70df716

Nog een week later alwéér bloed laten afnemen voor de enige, echte, officiële zwangerschapstest. Al volop aan het nadenken over hoe ik dit volgende maand opnieuw moet doen. En dan misschien nog eens en nog eens en nog eens. Ik mag bellen voor de uitslag om 15u. Zeven helse uren wachten dus. Om 15u stipt glip ik achter een boekenrek (ik werk in een boekenwinkel, dus aan boekenrekken geen gebrek) om het telefoontje te plegen. Bezet. Al die vrouwen met hun inseminaties en ivf’en zijn op dit eigenste moment hetzelfde aan het doen. Aan het telefoneren om stipt 15u om allemaal op dezelfde boodschap te hopen. Sommigen krijgen de boodschap waarop ze op hoopten, anderen niet. Ik had nooit rekening gehouden met een negatief resultaat. En opeens begon ik na te denken: ‘hoe moet ik in godsnaam weer aan het werk na zo’n teleurstelling? Hoe kan ik mijn tranen inslikken, hoe kan ik doen alsof er niets aan de hand is? Hoe doen mensen dit? Opnieuw en opnieuw?’. Tijdens die hersenspinsels was ik ondertussen al zo’n 3 keer op de bezettoon gestuit en toen ik eindelijk een verpleegster te pakken kreeg stonden de tranen me al in de ogen. Bang voor het slechte nieuws.

Verpleegster: Proficiat, u bent zwanger!
Ik: Oh! (tussen de boeken stond ik wel redelijk veilig, maar tranen en hysterisch gelach zouden wel opgevallen zijn).
Verpleegster: Had je het verwacht?
Ik: Euh ja, eigenlijk wel. Allé ja, ik dacht het wel, maar ik durfde er niet op hopen. Maar ik wist het ergens wel. Alleen daarjuist begon ik bijna te wenen. Want ik wist het efkes niet meer. Maar dan nog dacht ik van wel hoor. Allé ja, geen idee, ik was niet echt heel zeker.

En dat awkward gesprek ging nog wel enkele minuten door.

keep-calm-i-m-pregnant-10

En toen begon ik weer te werken, met de grootste smile ever. ‘s Avonds vloeide de cava rijkelijk (maar not for me!) alsook de tranen van geluk. De 5e februari 2015 was een zotte dag. De dag waarop ons Louke ‘een Louke in wording’ was. Alleen wisten we dat nog niet. De dag die ik eigenlijk haatte, omdat het allemaal zo stom is dat wij door deze shit moeten omdat we een kind willen. Maar ook de mooiste dag van mijn leven, want ik ben vruchtbaar en heb deze shit maar één keer moeten doen in tegenstelling tot zovele andere mensen. Zo’n mooie dag, want toen is, zonder dat ik het wist, mijn leven pas echt begonnen.

Louke, Tahnee en mezelf: fijne verwekkingsdag gewenst! 

 

Baby baby: Samen slapen

Geen idee waarom, maar meer dan de helft van onze vrienden- en kennissenkring lijkt ons gek te verklaren.

Baby mee in bed? Oh nee!

Lou heeft nooit in haar eigen bed geslapen. Meteen de eerste nacht in het ziekenhuis lag ze op of naast me (onder me was niet aangewezen). Geen enkele verpleegster tikte me op de vingers of probeerde me te overtuigen om haar toch in dat o zo gezellige plastieken geval te steken.

Eens thuis gekomen stond haar bedje opgedekt en wel helemaal klaar. Maar tot op de dag van vandaag (zo’n 3 maanden later) heeft ze er nog steeds geen minuut in gelegen. Niet enkel omdat ze dat echt niet wil en zodoende de hele straat bij elkaar krijst, maar ook omdat het wel zo gezellig en gemakkelijk is, bij mama’s in bed.

Voor een Co-Sleeper (een open wiegje voor aan je eigen bed te zetten) hebben we geen plaats, dus ik verruilde moeiteloos mijn donsdeken met een ouderwets deken (voor de veiligheid) en nam Louke gewoon naast mij. ‘s Nachts, wanneer ze honger heeft, begint ze te piepen en te bewegen. En da’s mijn teken: hup, tiet eruit en eten geven (allemaal liggend weliswaar). Er komt geen gehuil aan te pas. Nee, wij slapen geen volledige nachten door, maar het lijkt er wel op. Ook al geef ik om de drie uur een voeding, Lou wordt niet wakker, mijn vrouw wordt niet (of amper) wakker en ik word maar half wakker. Ik hoor dus bij het kleine percentage vrouwen dat met een kleine baby niet aan een chronisch slaaptekort lijd (toegegeven, ik ga ook nog niet werken…). Mijn dochter krijgt eten wanneer ze wil en ligt op de koop toe lekker dicht en veilig tegen de warme buik van mama.

En het is niet eens wiegendood waar iedereen me voor waarschuwt! Dat zou ik namelijk verwachten. Ik bereidde me al voor op horrorverhalen over baby’s die stikken bij mama’s in bed, maar neen… Hetgeen waar (bijna) iedereen mee in blijkt te zitten is: ‘je gaat ze wel verwennen hoor’ of ‘straks gaat ze nooit alleen kunnen slapen’.

Punt 1: Baby’s kan je NIET verwennen! Ze hebben 9 maanden veilig, warm dicht bij jou (in jou!) gezeten. Heeft iemand ze toen verwend genoemd? Ze hebben het gewoon NODIG om de aanwezigheid van mama (en papa) te voelen. Geboren worden is al zo’n aanpassing. Ze hebben een behoorlijke inspanning moeten leveren tijdens de bevalling en opeens moeten ze zelf ademen en eten. Daarbij komt ook nog dat ze opeens door allerlei handen worden betast, ze worden aangekleed, gewassen, ze horen nieuwe geluiden en zien opeens allerlei dingen. SHOCK! Waar is het veilig? Bij mama! Waar ze de afgelopen 9 maanden in alle rust hebben kunnen doorbrengen. En langzaamaan beginnen ze te wennen aan hun nieuwe leven. Maar men zegt niet voor niets: 9 maanden in de buik, 9 maanden op de buik.

IMG_3610

Punt 2: Ooit al eens meegemaakt dat er een 18-jarige nog bij mammie of pappie slaapt? Nee dus. (Oké, toen ik dit bovenhaalde in een van de ‘samenslaapdiscussies’ kreeg ik prompt een voorbeeld van een 16-jarige jongen die effectief nog met mama samen slaapt. *zucht* Maar er zijn altijd uitzonderingen die de regel bevestigen!). Op een bepaald moment zijn kinderen er klaar voor om alleen te slapen. Dit geven ze zelf aan of begin je op een bepaald moment gewoon te oefenen. Ik ben echt niet van plan om binnen 15 jaar met mijn vrouw en 3 pubers in bed te liggen. Tegen dan liggen ze waarschijnlijk liever met hun eigen liefjes in bed. Geen paniek dus.

Nog even over wiegendood. Als je het gewend bent om samen te slapen (dus niet zo eens sporadisch samen uitgeput in de zetel slapen), in goede gezondheid verkeert, geen alcohol of drugs gebruikt is samen slapen echt niet gevaarlijker dan apart in een kinderbedje. In tegendeel: de ademhaling van mama herinnert kleine baby eraan om ook te ademen. En moest je baby plots toch eens beslissen om niet meer te ademen, je bent in de buurt en hebt een iets grotere kans om het ergste te voorkomen. En over rollen op je kind… Ik neem aan dat dat al bij mensen gebeurd is, maar ik kan alleen maar zeggen dat al mijn zintuigen op het hoogst mogelijke niveau functioneren. Ik verroer ‘s nachts geen vin en lig als een menselijk babyhekje rond mijn kind.

Verder zijn er nog voordelen: samenslaapkinderen zouden in hun latere leven minder angstig zijn, zijn gelukkiger, en ook gevoeliger… Kom! Hoe goed is dat? Zeker in een wereld die geregeerd wordt door angst!

Voilà. Ik heb mijn zegje gedaan (haaa, daar zijn die blogs toch goed voor!). Nog even melden dat ik niet-samenslapende ouders zeker niet veroordeel, maar zelf ook niet (meer) wens veroordeeld te worden om het wél samen slapen.

Elke ouder doet wat hij of zij het beste vindt voor zijn kind (nogmaals, uitzonderingen en zo … I know). En daar gaat het toch allemaal om… Een gelukkig kind hebben? Want gelukkige ouders = gelukkige kinderen. En gelukkige kinderen = gelukkige ouders.

12088564_756143327848265_8661415549258433483_n

Slaapwel!