De kleine reiziger

Lou wil terug naar Griekenland.
I hear ya, sister! Ik wil ook terug naar Griekenland.

Ik zal niet zeggen dat reizen in mijn bloed zit (op de ‘bestemming onbekend, twee onderbroeken voor 7 weken in mijn reusachtige trekkingrugzak en ik zie wel’-manier). Maar vakantie wel. Vreemde talen, vreemde munten en vreemde kledingkeuzes op het strand doen mijn hart sneller slaan.
Jammer genoeg was onze laatste vakantie amper 4 maanden geleden (het voelt als 4 jaar)  en moet er heel wat gespaard worden vooraleer we weer languit kunnen genieten.

Maar toeval bestaat niet. Terwijl ik samen met Lou zit te mijmeren over zon, zee en strand krijg ik een mailtje binnen, met de vraag of ik niet graag een wereldkaart aan mijn muur wil. Euh, ja, duuuuh! ‘Kies er maar eentje uit op de website’, luidt de boodschap. Oké, moet je mij geen twee keer zeggen. En in plaats van neuzen tussen de goedkoopste vluchten en kindvriendelijkste hotels zit ik te neuzen tussen meer dan 100 verschillende wereldkaarten.

Als rasechte moeder word ik meteen overvallen door twijfel. Kies ik er één met diertjes? Laat ik Lou er zelf één kiezen? Of neem ik er toch een die ik gewoon zelf heel mooi vind?

Ik besluit om mijn mommyguilt aan de kant te schuiven (Lou heeft al genoeg spullen 😉 ) en er gewoon zelf eentje te kiezen. Een grote poster? Een foto op zeildoek? Een canvas? De twijfel is niet meteen voorbij, dus na hulplijn Best Friend, ga ik voor een realistische kaart op canvas van 120X80cm.

Enkele dagen later kreeg ik mijn wereldkaart aan en kon het ontdekken beginnen. Ik had specifiek een wereldkaart gekozen waarop niet alleen de landen, maar ook steden te zien waren. Er waren nochtans ook echt prachtige kaarten, zoals die met aquarel of met inkt splashes, die ik moeilijk kon weerstaan, maar ik ging toch voor de educatievere versie (omdat aardrijkskunde niet bepaald mijn sterkste vak was).

 

Lou was meteen geïntrigeerd. Samen gingen we op zoek naar Kreta en Rhodos om daar herinneringen op te halen. Ik ging ook even langs Boedapest, wat was het daar mooi! Op Mallorca namen we in gedachten weer een duik in de zee. En nu we toch al in Spanje waren ging ik ook even langs Barcelona en Madrid om te proeven van de heerlijke tapas. Even vertellen over Londen en Montpellier en ook nog Amerika, omdat Oregon en California mijn grote dromen zijn.
Mijn vinger leidt ons uiteindelijk weer naar huis, België. ‘Waar mijn huisje staat’. zegt Lou.

Ondertussen heeft de wereldkaart een mooie plek gekregen in de woonkamer, we zijn er zo blij mee. En altijd als Lou zin heeft om naar Griekenland te vertrekken of als ik wil wegdromen bij vreemde talen, vreemde munten en vreemde kledingkeuzes op het strand gaan we even kijken, mijmeren en fantaseren.
Dat is ook heel fijn.

 

Ik blijf altijd een kindje

Een gewoon ritje op de fiets. Zoals we er zovelen doen.

Lou is nu bijna 3 jaar en heeft altijd wel iets te zeggen. Haar mond staat nooit (ik zweer het, nooit!) stil. Vermoeiend soms, vaak grappig, soms food for thought. Op de fiets praat ze dan ook lustig verder. Duizenden woorden op een halve minuut tijd, met wat geluk hoor ik een zin of twee. De ‘s’, de ‘t’ en de letter ‘r’ komen er vaak nog niet helemaal uit en in combinatie met de wind wordt het al helemaal moeilijk. Maar ze telt, dat hoor ik goed, want dat doet ze zo vaak. Na nummer 6 slaagt ze nummer 7 en 8 over en springt van 9, 10 naar 12, dan 20, 30 en uiteindelijk 50 om dan terug bij 1 te beginnen.

Ze telt de voorbijgaande fietsers, het zijn er 20, 30 50, 1. Dan telt ze ons. Mama is 1, Louke is 2. 1 -2. 1-2. Wij zijn met twee, zegt ze. ‘Ik ben een kindje en jij bent groot’.

‘Dat klopt’ zeg ik. ‘Vroeger was ik ook een kindje, en nu ben ik al groot. Hoe lang blijf jij nog een kindje?’

Lou zegt: ‘Ik blijf altijd een kindje!’

Ze zegt het op zo’n overtuigende manier. Er zit geen enkele twijfel in haar stem of woorden. En ik schrik een beetje en mijn hart wordt verwarmd. Mijn onschuldige vraag maakt opeens zoveel emotie los bij mij. Lou blijft altijd een kindje, dat gelooft ze écht. Ze heeft nog geen besef van ouder worden en hoe de tijd vervliegt. Ze beseft niet dat ze zich misschien, net zoals haar mama, zorgen zal maken over de eerste grijze haren die veel te vroeg verschijnen, lachrimpels  die dieper worden en oma’s die net iets moeilijker de trap op kunnen dan enkele maanden voorheen. Ze kijkt niet met weemoed naar haar eigen babyfoto’s en ‘klaagt’ niet over de tijd die veel te snel gaat. Ze wil niet terug de tijd in om dingen opnieuw mee te maken of anders te doen. Lou zit in het nu. Ze leeft nu. Ze denkt aan nu. Soms aan morgen. Soms aan haar verjaardag. Maar ze denkt niet aan grijze haren, rimpels of doodgaan. Vandaag blijft ze kind. Vandaag blijft ze voor eeuwig een kind.