Hoe ik win als moeder

Deze ochtend kreeg ik onder mijn voeten van mijn eigen moeder. In haar dagelijkse leven is ze therapeut en journalist. Vooral therapeut. Vroeger vooral journalist. En blijkbaar vergeet ze soms hoe schrijven werkt, of toch zeker hoe schrijven voor mij werkt. Schrijven is verlossend en therapeutisch. Bij schrijven overdrijf ik vaak en graag, omdat ik zoek naar woorden die mooi of grappig passen in zingende zinnen. Dus, ik rolde met mijn ogen toen mijn moeder me toeriep dat ik wat liever voor mezelf moest zijn en dat ze het verschrikkelijk vond om dit bericht te lezen. In mijn ogen was dat bericht helemaal niet zo erg. Ik beschreef gewoon een stomme dag op een ietwat overdreven manier. Maar ondertussen gaat dat bericht de familie rond en is het blijkbaar not done om zo’n slechte dingen over jezelf te schrijven als je hoogzwanger bent. Zelfs niet als je er zingende zinnen van maakt.
En om iedereen gerust te stellen schrijf ik vandaag, op een dag waarop ik me alweer beter voel (zoals ik beloofde), een bericht over hoe ik win als moeder. Want zoals ik al zei, meestal vind ik mezelf een goede moeder, zo eentje die haar best doet waar ze kan.

Ik ben een schoolpoortmoeder. Babbeltjes met andere moeders zitten er niet in door Corona en zo, maar ik sta er wel. Elke dag om 20 na 3. Ik ben nog nooit te laat geweest. Trouw pik ik mijn dochter op die me altijd opgelucht in de armen valt. Als ik haar boekentas controleer is haar brooddoos leeg, die ik ondanks alle ochtendstress altijd heb weten vullen met boterhammetjes en extraatjes. WIN!
Ik breng mijn dochter trouw naar haar balletles (ook nu met Corona wat minden, want online les, maar toch). Ook al is het om 9u in de ochtend op een zaterdagochtend (wie verzint zoiets?!), wij staan er. Trouw. WIN!
Ik knutsel met mijn kind. Want Pinterest is mijn vriend. En als ik leuke knutselideetjes tegenkom, dan zetten we ons aan tafel met een snackje en een drankje en een overvloed aan glitters en het lijmpistool. En we spenderen uren samen en we babbelen en we lachen en we hangen vol verf en delen vol trots de knutselwerkjes uit aan grootouders en tantes en nonkels. WIN!
En wij gaan samen in bad. Ook al wordt het nu wel erg klein. Lou wil graag sàmen in bad. Dus gaan we samen in bad. WIN! En Lou wil graag sàmen in bed, want dat vindt ze gezellig en anders is ze bang. En dus heb ik, met het oog op de komst van de nieuwe baby, een co-sleepingbed gebouwd. Helemaal zelf. Drie meter breed, plaats voor wie wil. WIN!
En als ik eens kwaad ben geweest op Lou, uit frustratie om het een of het ander en niet omdat zij iets fout deed, dan bied ik mijn excuses aan. Dan zeg ik sorry, net zoals we haar aanleren om zich te excuseren als ze ergens de mist in gaat. En dan is zij degene die in mijn haren wrijft en zegt: ‘je blijft toch voor altijd de liefste mama’. WIN WIN WIN WIN WIN!

 

Hoe ik faal als moeder

Meestal vind ik mezelf een goede moeder. Ik probeer mijn perfectionisme achterwege te laten, ik ben me bewust van het feit dat ik alles alleen moet doen en probeer een beetje lief te zijn voor mezelf. Maar vandaag ben ik een falende moeder. Vandaag worden al mijn fouten en mankementen als een film die zich herhaalt afgespeeld in mijn hersenen.

De trigger? Een briefje van school dat me meldde dat mijn dochten haar leesniveau onvoldoende is. En dat is natuurlijk mijn schuld. Ik zou met haar moeten oefenen. Elke dag. Maar ik ben laks en heb medelijden. Ze is een jaartje overgeslagen en dus in haar hart nog een kleuter. Na een lange schooldag wil ze spelen en ontspannen. Ze wil niet lezen of schrijven op oefenblaadjes. Ze heeft geen zin in sommen en splitsingen. Ze wil een kamp bouwen en een filmpje kijken. Ze heeft honger en wil in bad. En ik ben maar alleen, dus ik kook en laat het bad vollopen, kijk vol trots naar haar kamp en speur de iPad af naar dat ene filmpje dat ze graag wilde zien. En tussendoor probeer ik haar te pushen om haar verplichte huiswerk nog te maken ook. Maar het extra lezen, het extra oefenen op sommen en schrijven… Daar heb ik het hart niet voor, ik zie haar zo graag spelen, na school moet ze spelen! En dus faal ik als moeder. Blijkbaar zo erg dat mijn dochter ook begint te ‘falen’ (niet in mijn ogen hoor, ze is nog maar vijf en ik ben ongelooflijk trots op haar). Maar het is moeilijk, want de school vraagt meer. En opeens voel ik me een slechte moeder. Want ik ben ook niet zo goed in regelmaat. Dat zou misschien wel helpen? En ik bestel minstens elke week eten. Da’s ook niet zo goed. En mijn kind krijgt soms cola. Jakkes! En ze loopt soms de hele dag in pyjama met ongekamde haren, ja, ook gewoon in het openbaar! En ik ben te moe om het schildergerief boven te halen voor haar. Lui wijf. En ze barst uit haar kleren omdat ik te zwanger en te moe ben om naar de winkel te gaan. Zucht… Vandaag voel ik me een falende moeder. Een slechte moeder. Vandaag haat ik het om alles altijd alleen te moeten doen. Vandaag wil ik mijn dochter gewoon in mijn armen nemen, haar haren aaien en zeggen dat het me spijt.

En morgen raap ik mijn brokken weer bij elkaar, probeer ze te lijmen en doe opnieuw mijn best. Mijn best om beter te zijn, niet perfect, wel beter.

 

Nu ik 30 ben

Gisteren werd ik 30. Een verjaardag om nooit te vergeten. Mensen knuffelen en kussen is zo goed al verboden. Iedereen zit thuis, cafés en restaurants zijn gesloten, de lockdown werd afgekondigd en moeders en vaders zijn volop oplossingen aan het zoeken om de verlengde herfstvakantie te overbruggen. Om maar te zeggen… Het was een speciale verjaardag.

Ooit, in wat nu een ver verleden lijkt te zijn, was ik van plan om een feest te geven. Ja echt, IK!
Ik ben niet bepaald van de party’s en al helemaal niet als ik zelf verantwoordelijk ben voor het plezier van volledig verschillende soorten mensen die ik samenprop in een living vol verwachtingen en hapjes die me nét iets te veel stress hadden bezorgd. Maar dit jaar ging ik het doen, ik ging het echt doen! Ik hoef er verder niet op in te gaan dat een illegaal lockdown feestje niet voor mij is weggelegd en ik dus het volledige joepie-feest-ik-word-dertig-idee volledig uit mijn hoofd heb gezet.

 

Het werd een  rustige dag. Zo eentje met Monopoly spelen en halloweendonuts bestellen. Eentje met veel zetelhangen en lekker eten. En ook eentje met veel liefde en warmte, een met nieuwe plannen voor een simpeler leven, een die ik nooit zal vergeten.

En aan alle mensen die zeiden: ‘welkom op tram 3’…. Een welgemeende Fuck You 😉

Laat ze spelen.

In deze Covid-19-tijden is het voor veel ouders vast niet gemakkelijk. Uit werken combineren met opvang zoeken of thuis werken met 4 gillende koters. Of zelfs gewoon thuis met 4 gillende koters is al erg genoeg.

Voor het eerst in mijn leven ben ik dankbaar dat ik maar zo één kotertje heb en dat ze alles er heeft uit geschreeuwd tussen haar geboorte en 3 jaar. Nu ze vier is en de woordenschat en het redeneervermogen van een gemiddelde rechtenstudent in Antwerpen heeft, valt er met het kind al wel eens een ‘klapke’ te doen in plaats van enkel maar te moeten ruzie maken over wat wel en niet mag.

Ik ben zoals zovele ouders deze lockdown begonnen met het geweldige idee van schema’s, beperkte schermtijd en opdrachtjes. En na zo’n 3,5 dag kwam ik er niet alleen achter dat schema’s in tijden (en eerlijk gezegd buiten tijden) van Corona niks voor mij zijn, maar ook dat beperkte schermtijd niet werkt voor mij.
Ik ben op vele vlakken in mijn opvoeding nogal ‘los’. Ik vind (en ik weet dat ik niet de enige ben) dat mijn dochter best in staat is om veel dingen zelf te beslissen. Ik dwing haar bijvoorbeeld niet om haar bord leeg te eten, enkel zij kan voelen of ze genoeg heeft gegeten, niet ik. Over het dessertje dat ze niet krijgt omdat ze maar 2 rijstkorrels heeft gegeten ben ik dan wel standvastig.
Ik laat haar heel vaak haar emoties en gedachten uiten (tja, ze is nu eenmaal een kleine donderwolk). Haar emoties mogen er zijn, kwaadheid en frustratie en verdriet zeker ook. Onbeleefdheid…? Daar ben ik dan wél weer vasthoudend in, beleefdheid blijft essentieel.
En nu dus die schermtijd. In het begin van de lockdown mocht ze een half uurtje in de voormiddag, een half uurtje namiddag en nog een uurtje ‘s avonds. Maar ik heb mezelf wakker geschud.
In het ‘normale’ dagelijkse leven houd ik ook niet vast aan minuten. Ik ga mee met de golven van het leven. Ben ik zelf heel gestresst, verdrietig, uitgeput? Dan laat ik haar op de iPad, waarom het mezelf nog moeilijker maken? Heb ik zelf veel energie en zin om te ondernemen? Dan kom ik met ideetjes en trek ik haar mee in mijn fantasiewereld.
Dus waarom zou ik door deze Corona-crisis opeens een perfecte moeder moeten worden? Een terugkerend zinnetje waar ik mezelf constant aan moet doen herinneren:
‘gewoon goed, is goed genoeg’

En dus, na ongeveer 3,5 dagen de perfecte moeder proberen zijn, heb ik opgegeven. En besloot maar weer gewoon mezelf te zijn. Lou d’r moeder, een loedermoeder met de beste bedoelingen en een groot hart (al zeg ik ‘t zelf).
Ik heb de schermtijd losgelaten en mijn vierjarige zélf laten beslissen wanneer en hoeveel ze kijkt.
En die eerste dagen… tja, een doorwinterde Netflix-bingewatcher is er niks tegen. Maar langzaamaan begon ik verschil te zien.
De iPad ging vaker aan de kant, zonder dat ik erover moest zeuren. Als ze zag dat ik iets ‘boeiend’ deed, kwam ze uit zichzelf meedoen. Als er een Playmobil-poppetje haar begon te roepen: ‘speel met mij, speel met mij’, zag ik haar braafjes luisteren naar haar plastieken vriendje.

En eergisteren heeft ze de hele dag de iPad niet aangeraakt. Na het ontbijt zette ze zich op de grond en begon een treinspoor te maken. Tijdens de middag gaf ik haar een boterhammetje temidden haar Playmobil-paardjes en in de namiddag stond ik gewoon met open mond te kijken dat ze NOG STEEDS volledig geconsumeerd was door haar spel, fantasie en inspiratie.

Corona of geen Corona, dit had ik nog nooit gezien. Ze is nooit een goede ‘speler’ geweest en heeft altijd veel input en aandacht nodig van anderen (tja, enig kind, weet je wel), maar dit vond ik zo mooi om te zien. En ik wil heel graag geloven dat mijn ‘vrij laten’ er iets mee te maken heeft.

 

 

Single Mom Strong

Een tijdje terug bestelde ik nieuwe meubels. Ik ben niet zo lang geleden verhuisd en mijn interieur lijkt nu op een derderangs Ikea-showroom. Alle goedkoopste meubels in het donkerste donker dat ik kon vinden. En ik wilde vernieuwing. Iets wat me minder deed voelen als één of ander kotstudentje en meer als de bijna dertigjarige moeder die ik ben.

Geen Ikea, ik ken de catalogus vanbuiten. Na wat gegoogel kwam ik terecht bij JYSK (non-spon). Prijzen stonden mij aan en het was nét iets anders dan altijd dezelfde Ikeakast.

Gisterenochtend werden de meubels geleverd. Zo’n 15 zelfbouwpakketten werden binnen de 4,5 minuut bij mij binnen gestoken. De laatste halve minuut van die 4,5 minuut waren besteed aan een babbeltje met de bezorger (in gebroken Nederlands):

Hij: Wie gaat in elkaar zetten?

Ik: Ik.

Hij: Wie gaat helpen?

Ik: Ik.

Hij: (met lichtjes gechoqueerde blik) Is heel moeilijk. Is heel zwaar.

Ik: Ik zal mijn best doen!

(Even een zijnoot: die man bedoelde het écht super goed, dus ik ga geen feministische, seksistische tirade afsteken waarin ik zeven keer moet vermelden dat vrouwen dat écht wel kunnen, hallo!)


Gisteren ben ik ik 5 uren bezig geweest met het in elkaar steken van een salontafel en een tv-meubel. Was het echt zo moeilijk? Nee, niet bepaald. Gewoon de handleiding secuur volgen en een portie logisch nadenken.
Was het even gemakkelijk als de Ikeapakketjes? Nee, niet bepaald. Het was ingewikkelder, zwaarder, meer verschillende vijzen, boormachine nodig, …
Maar het was me gelukt. Tuurlijk was het me gelukt. Ik had nooit getwijfeld aan het feit of het me zou lukken of niet. Ik wist dat ik het zou kunnen. Maar ik had niet het ‘Oh yeah’ gevoel dat ik dacht te hebben. Ik voelde me niet ‘Single Mom Strong’. Ik was niet bepaald trots op mijn prestatie.
Ik ben ‘s avonds gewoon naast mijn dochter in bed gekropen en ik heb gebaald. Gebaald dat ik er altijd alleen voor sta. Dat ik àltijd de boterhammen moet smeren en Lou àltijd aan school moet afzetten. Dat ik àltijd moet koken en àltijd moet opruimen en poetsen (ja, dat doe ik tegenwoordig). Ik moet de dochter altijd zélf in bad doen, zélf naar de supermarkt, alléén de kots opkuisen ‘s nachts, alléén naar de bank, de dierenarts, de verzekeringsmakelaar. Ik moet alleen de meubels in elkaar steken. Alleen. Altijd alleen.

Dus geen sterk ‘ik-kan-het-allemaal-zelf-wel-gevoel’. Maar een gevoel van eenzaamheid. Er alleen voor staan valt me soms zwaar en nu is zo’n moment.

Nee, dit is geen pity party. Neen, ik heb geen traan gelaten en ik lig nu niet depressief op de zetel. Maar het is gewoon even realiteit en dat mag ook eens gezegd worden, me dunkt.

Extra zijnoot: ik heb kei lieve familie en vrienden die klaarstaan om mij te helpen (waarvoor dank), maar het gaat om een ander soort gemis, weetjewel. #altijddankbaar

Een nieuwe klas, just deal with it.

In 2018 schreef ik niet één, maar twee berichten over Lou haar eerste schooldagen in de eerste kleuterklas. In 2019, bij de start in de tweede kleuterklas was ik lakser.
Het nieuwe is er zowat af, mijn blogvibes zaten niet zo goed, en weet ik veel welke uitvluchten ik nog allemaal had. Geen blogbericht dus, zelfs geen persoonlijk dagboekfragment. Geen herinnering aan wat er die dag gezegd werd of gebeurde. Gelukkig had ik wel de nuchterheid om een foto te maken van haar. Dan hebben we dat toch.

Toen we in december nieuws kregen dat het voor Lou goed zou zijn om na de Kerstvakantie naar de derde kleuterklas over te schakelen kreeg ik spijt van mijn lui- en laksheid. Wat voor moeder ben je eigenlijk als je niet elke grote (of kleine) stap van je dochter op een of andere manier vastlegt voor in de eeuwigheid? Ik heb zwaar gefaald, ik weet het. Maar ik probeer het weer goed te maken met dit bericht.

Waar Lou het in de eerste kleuterklas héél moeilijk vond om zich aan te passen in de klas, zich verveelde, thuis heel erg vaak woede-uitbarstingen had, … Was daar afgelopen maanden geen sprake van. Ze ging graag naar school, naar haar juf en vertelde vaak over wat ze had geleerd. In de tweede kleuterklas is Lou helemaal opgebloeid. Zo ‘erg’ zelfs dat ze blijkbaar menig juf verbaasde met de super logische babbel en leergierigheid die uit haar kleine lijfje kwam. In oktober kregen we voor het eerste bericht van de zorgjuf dat ze haar extra in de gaten wilden houden, omdat ze wel veel kan, maar het niet altijd laat zien.
In november zei de zorgjuf dat ze haar wilden ‘testen’ om te zien hoe ver voor ze nu eigenlijk stond.
In december zeiden ze dus dat ze misschien beter naar de derde kleuterklas kan overschakelen aangezien ze met een heel goede score de ‘toetertest’ afrondde. (De toetertest is, als ik het goed heb begrepen, een test die nagaat of je kind de vaardigheid onder de knie heeft die je nodig hebt om (klaar te zijn om) te beginnen leren schrijven, lezen, rekenen, … en dus naar het eerste leerjaar te gaan. Verbeter me gerust als ik het fout heb. De test wordt normaal gezien afgenomen in februari bij de kleuters in de derde kleuterklas.)

Nu tot daar is alles oké. Lou is aan de snuggere kant, hadden we al wel gemerkt. Geen probleem. Is goed. Lou gaat opeens naar de derde kleuterklas na een half jaartje tweede kleuterklas. Waarom niet? Kan ik mee leven. Niks aan de hand.
Lou start volgend jaar in september in het eerste leerjaar. WHAT? HOE? HEUH? KAN DAT ZOMAAR? WHATTHEFUCK?
Hoe kan mijn kleine baby opeens naar het eerste leerjaar gaan in september? Dat is gewoon niet mogelijk, onbegrijpelijk, angstaanjagend. Natuurlijk ben ik ook wel trots op dat kleine, pittige meisje dat zich zonder angst in dit avontuur stort, maar als mama zijnde is het toch met een klein hartje.

Maar de beslissing is gemaakt. Iedereen is akkoord, iedereen heeft er zin in. Het is spannend en plezant en ik ben benieuwd wat de toekomst brengt.

Speciaal voor jullie de foto van in september 2019 (ze had géén zin om naar school te gaan die eerste schooldag)

En de foto van januari 2020 (véél zin)

En puur voor de fun ook die van september 2018 (waar ze nog niet wist waar ze aan begon en véél te schattig was).

 

 

Moeders die spioneren

De eerste dagen dat Lou naar school ging kreeg ik langs alle kanten te horen: ‘Oh, zou je geen vlieg willen zijn? Eens meekijken wat ze doet, hoe ze het doet, hoe het gaat?’.
Logischerwijs was mijn antwoord ‘ja’, maar je weet dat dat niet kan (tot op heden heb ik bij mezelf nog geen magische krachten ontdekt), dus die gedachte plantte ik snel ergens ver weg in mijn achterhoofd.

TOT VANDAAG!

Gisteren kreeg ik een briefje van de juf waarin stond dat ze de kleuters mee zou nemen naar de markt om fruit te kopen. Ik weet niet of ze stil had gestaan bij de mogelijke gevolgen van de informatie die ze gaf, maar er stond ook bij dat ze meteen om 8u30 zouden vertrekken. IK WOON NAAST DE MARKT! Als ik mijn deur uitga zet ik precies 63 stappen voor ik op de markt ben!  Dus ik zet Lou om 8u20 af op school en wandel dan terug naar huis OVER DE MARKT!
Het zal dan ook geen verrassing zijn dat ik, na dat briefje van de juf gisteren, opeens heel veel overbodige spullen nodig had die je, uiteraard, enkel op de markt kan kopen.
Het klinkt misschien belachelijk, maar dit was gewoon mijn kans! Mijn kans om de vlieg te kunnen zijn die elke moeder wel eens wil zijn!

Ik had me goed voorbereid. Een vermomming (Lou mocht me absoluut niet zien of ze zou stante pede mee naar huis willen), telefoon voor fotootjes (maar die zijn mislukt), en een lijstje met etenswaren met een zo lang mogelijke houdbaarheidsperiode (want ik had dus eigenlijk niets nodig).

Ik verstopte me achter het olijvenkraam toen ik opeens een rijtje kleine kleuters twee aan twee, hand in hand naar het fruitkraam zag slenteren. Oh, wat een prachtig moment in mijn vliegenbestaan.
Alles bij elkaar duurde het nog geen tien minuten, maar ik heb zo veel (haha) bijgeleerd over mijn dochter! Namelijk dat ze de kleinste is van de klas (who knew!). Dat ze haar lengte niet als een beperking beschouwt en zonder gene andere kinderen wegduwt om vooraan te kunnen staan (oeps). Dat ze in klasverband blijkbaar geen mental breakdowns krijgt tijdens het winkelen (die zijn speciaal voor mij voorbehouden). Dat zij de reden is waarom de hele klas slentert, ze houdt de boel op met haar eeuwige slakkengangetje.
Het was GE-WEL-DIG.

De volgende keer wanneer iemand me vraagt of ik niet eens een vlieg zou willen zijn als Lou naar school gaat kan ik eerlijk zeggen: ‘been there, done that, and yes, it is awesome!’

En aangezien ik geen foto’s heb krijgen jullie gratis en voor niets een foto van enkele dagen geleden toen Lou mocht schilderen in de klas. You’re welcome!

Ik blijf altijd een kindje

Een gewoon ritje op de fiets. Zoals we er zovelen doen.

Lou is nu bijna 3 jaar en heeft altijd wel iets te zeggen. Haar mond staat nooit (ik zweer het, nooit!) stil. Vermoeiend soms, vaak grappig, soms food for thought. Op de fiets praat ze dan ook lustig verder. Duizenden woorden op een halve minuut tijd, met wat geluk hoor ik een zin of twee. De ‘s’, de ‘t’ en de letter ‘r’ komen er vaak nog niet helemaal uit en in combinatie met de wind wordt het al helemaal moeilijk. Maar ze telt, dat hoor ik goed, want dat doet ze zo vaak. Na nummer 6 slaagt ze nummer 7 en 8 over en springt van 9, 10 naar 12, dan 20, 30 en uiteindelijk 50 om dan terug bij 1 te beginnen.

Ze telt de voorbijgaande fietsers, het zijn er 20, 30 50, 1. Dan telt ze ons. Mama is 1, Louke is 2. 1 -2. 1-2. Wij zijn met twee, zegt ze. ‘Ik ben een kindje en jij bent groot’.

‘Dat klopt’ zeg ik. ‘Vroeger was ik ook een kindje, en nu ben ik al groot. Hoe lang blijf jij nog een kindje?’

Lou zegt: ‘Ik blijf altijd een kindje!’

Ze zegt het op zo’n overtuigende manier. Er zit geen enkele twijfel in haar stem of woorden. En ik schrik een beetje en mijn hart wordt verwarmd. Mijn onschuldige vraag maakt opeens zoveel emotie los bij mij. Lou blijft altijd een kindje, dat gelooft ze écht. Ze heeft nog geen besef van ouder worden en hoe de tijd vervliegt. Ze beseft niet dat ze zich misschien, net zoals haar mama, zorgen zal maken over de eerste grijze haren die veel te vroeg verschijnen, lachrimpels  die dieper worden en oma’s die net iets moeilijker de trap op kunnen dan enkele maanden voorheen. Ze kijkt niet met weemoed naar haar eigen babyfoto’s en ‘klaagt’ niet over de tijd die veel te snel gaat. Ze wil niet terug de tijd in om dingen opnieuw mee te maken of anders te doen. Lou zit in het nu. Ze leeft nu. Ze denkt aan nu. Soms aan morgen. Soms aan haar verjaardag. Maar ze denkt niet aan grijze haren, rimpels of doodgaan. Vandaag blijft ze kind. Vandaag blijft ze voor eeuwig een kind.

School op dag 1 (en op dag 2)

DAG 1

Hoe een eerste schooldag gaat verlopen is, to say the least, onvoorspelbaar. Tranen of geen tranen? Angst of geen angst? Goesting of geen goesting?

Wij kennen onze dramaqueen nogal goed. Ze is een controlefreak, ze is heel gevoelig en snel angstig. En haar favoriete plek is zo dicht mogelijk bij mama. Maar ze is ook heel leergierig en sociaal en zo creatief.  Dus het kon letterlijk beide kanten opgaan. En zo is het dus ook gegaan. Er waren tranen en er was zeker ook angst. Maar er was ook goesting en nieuwsgierigheid. Maar vooral… Er was een hele lieve juf die haar kon oppakken en afleiden van het afscheid dat haar eigenlijk veel te zwaar viel.

Toen we haar na 3 uurtjes gingen ophalen (we beginnen met halve dagen) en ze ons (de twee mama’s) in haar vizier had sprong ze recht om ons te knuffelen. Maar de juf zei dat ze het goed had doorstaan. Trots liet ze haar onze tekeningen zien, waarbij de juf nog even moest vermelden dat ze van Lou onder haar voeten had gekregen omdat ze haar naam niet juist had geschreven. Tja, dat is onze Lou.

DAG 2

Opstaan was moeilijk. Aankleden nog moeilijker. Ontbijten verschrikkelijk moeilijk. Naar school wandelen een drama. Haar daar achterlaten bijna onmogelijk. ‘Hou het afscheid kort’ zeggen ze. Maar hoe doe je dat als je letterlijk wordt vastgeklampt met een kracht die je in zo’n klein meisje onmogelijk acht?

Een zorgjuf kwam vragen of ik het goed vond dat zij ze weg nam.
Je kind achterlaten met zoveel tranen en zoveel angst, het is zo tegennatuurlijk. Niet alleen Lou wil dicht bij mij zijn. Als ik haar dan zo hulpeloos zie staan lijkt ze weer zo klein. En dan wil ook ik niets liever dan haar dicht bij mij en niet meer loslaten. Maar ze wil zo graag leren, ze wil zo graag spelen, ze wil zo veel dingen die ik haar niet (genoeg) kan geven.
En dus zeg ik tegen de zorgjuf dat het goed is. Dat ze haar mag meenemen naar een plekje waar ik uit ‘t zicht ben, waar ze hopelijk de afleiding en uitdaging kan vinden die ze nodig heeft. Waar ze kan leren tot rust te komen zonder mama in de buurt.

Ik blijf nog even buiten de schoolpoort staan. Ik hoor hoe haar gekrijs en geroep om mama de gangen vult. Ik zie andere ouders bemoedigend naar me knikken en glimlachen wanneer ze beseffen dat het mijn kleintje is dat de school op stelten zet. Ik hoor alweer die paniek en die angst van een hulpeloos kind dat mama nodig heeft.
En daarna hoor ik de stem van haar lieve juf. En bijna synchroon hoor ik het gehuil van Lou uitdoven. Op amper een halve dag heeft de juf haar vertrouwen kunnen winnen. Zo goed zelfs dat ze haar op deze tweede schooldag bijna direct gerustgesteld krijgt. Ik ben nu zeker, Lou is in goede, lieve handen. En ik kan met een gerust hart naar huis.

En terwijl Lou nu plezier heeft, tekent en schildert, zingt en lacht, tel ik de uren af. Wanneer mag ik haar terug ophalen?

 

Als een peuter kleuter wordt

De afgelopen weken moest ik het woord scho… nog maar uitspreken of ik kreeg een heuse tirade van mijn peuter cadeau.

‘IK WIL NIET NAAR SCHOOOOHOOOOOOL’

Tja, eigenwijs is ze wel.

Haar opfleuren met een zelfgekozen rugzakje hielp niet. Haar uitleggen wat er ging gebeuren hielp niet. Haar proberen overtuigen door te praten over de nieuwe vriendjes die ze zou maken, je kan het al raden, hielp niet. De pure paniek in haar ogen bleef zichtbaar, haar handen bleven zich aan mijn kleren klampen, haar tranen bleven vloeien.

De laatste weken probeerde ik het onderwerp niet meer aan te snijden om de stress die ermee gepaard ging te kunnen vermijden. Maar op een bepaald moment nadert het einde van de vakantie en voor dat je ’t weet word je verwacht op het infomoment van de school. Tijd dus om er, met een bang hartje, weer over te beginnen.

‘Lou, we gaan vandaag eens kennismaken met jouw juf.’

Met de geruststelling dat de mama’s mee mogen en niet weggaan ging Lou akkoord. Met haar ene hand veilig in dat van mama T. en haar andere hand veilig in het mijne wandelden we naar school. Terwijl we de deur van haar nieuwe klas binnenliepen veranderde ze van een nerveus, klein peutertje naar een stoere, ondernemende kleuter. Veilige handen werden losgelaten, juffen werden met veel enthousiasme begroet, nieuw speelgoed werd onderzocht.

En toch vloeiden er traantjes. Van Lou omdat ze niet naar huis wilde en van de mama’s omdat ze vaarwel zeiden tegen die schattige peuter en nu een prachtige, grote kleuter hebben.

IMG_3698.JPG