Hoe ik win als moeder

Deze ochtend kreeg ik onder mijn voeten van mijn eigen moeder. In haar dagelijkse leven is ze therapeut en journalist. Vooral therapeut. Vroeger vooral journalist. En blijkbaar vergeet ze soms hoe schrijven werkt, of toch zeker hoe schrijven voor mij werkt. Schrijven is verlossend en therapeutisch. Bij schrijven overdrijf ik vaak en graag, omdat ik zoek naar woorden die mooi of grappig passen in zingende zinnen. Dus, ik rolde met mijn ogen toen mijn moeder me toeriep dat ik wat liever voor mezelf moest zijn en dat ze het verschrikkelijk vond om dit bericht te lezen. In mijn ogen was dat bericht helemaal niet zo erg. Ik beschreef gewoon een stomme dag op een ietwat overdreven manier. Maar ondertussen gaat dat bericht de familie rond en is het blijkbaar not done om zo’n slechte dingen over jezelf te schrijven als je hoogzwanger bent. Zelfs niet als je er zingende zinnen van maakt.
En om iedereen gerust te stellen schrijf ik vandaag, op een dag waarop ik me alweer beter voel (zoals ik beloofde), een bericht over hoe ik win als moeder. Want zoals ik al zei, meestal vind ik mezelf een goede moeder, zo eentje die haar best doet waar ze kan.

Ik ben een schoolpoortmoeder. Babbeltjes met andere moeders zitten er niet in door Corona en zo, maar ik sta er wel. Elke dag om 20 na 3. Ik ben nog nooit te laat geweest. Trouw pik ik mijn dochter op die me altijd opgelucht in de armen valt. Als ik haar boekentas controleer is haar brooddoos leeg, die ik ondanks alle ochtendstress altijd heb weten vullen met boterhammetjes en extraatjes. WIN!
Ik breng mijn dochter trouw naar haar balletles (ook nu met Corona wat minden, want online les, maar toch). Ook al is het om 9u in de ochtend op een zaterdagochtend (wie verzint zoiets?!), wij staan er. Trouw. WIN!
Ik knutsel met mijn kind. Want Pinterest is mijn vriend. En als ik leuke knutselideetjes tegenkom, dan zetten we ons aan tafel met een snackje en een drankje en een overvloed aan glitters en het lijmpistool. En we spenderen uren samen en we babbelen en we lachen en we hangen vol verf en delen vol trots de knutselwerkjes uit aan grootouders en tantes en nonkels. WIN!
En wij gaan samen in bad. Ook al wordt het nu wel erg klein. Lou wil graag sàmen in bad. Dus gaan we samen in bad. WIN! En Lou wil graag sàmen in bed, want dat vindt ze gezellig en anders is ze bang. En dus heb ik, met het oog op de komst van de nieuwe baby, een co-sleepingbed gebouwd. Helemaal zelf. Drie meter breed, plaats voor wie wil. WIN!
En als ik eens kwaad ben geweest op Lou, uit frustratie om het een of het ander en niet omdat zij iets fout deed, dan bied ik mijn excuses aan. Dan zeg ik sorry, net zoals we haar aanleren om zich te excuseren als ze ergens de mist in gaat. En dan is zij degene die in mijn haren wrijft en zegt: ‘je blijft toch voor altijd de liefste mama’. WIN WIN WIN WIN WIN!