Ik blijf altijd een kindje

Een gewoon ritje op de fiets. Zoals we er zovelen doen.

Lou is nu bijna 3 jaar en heeft altijd wel iets te zeggen. Haar mond staat nooit (ik zweer het, nooit!) stil. Vermoeiend soms, vaak grappig, soms food for thought. Op de fiets praat ze dan ook lustig verder. Duizenden woorden op een halve minuut tijd, met wat geluk hoor ik een zin of twee. De ‘s’, de ‘t’ en de letter ‘r’ komen er vaak nog niet helemaal uit en in combinatie met de wind wordt het al helemaal moeilijk. Maar ze telt, dat hoor ik goed, want dat doet ze zo vaak. Na nummer 6 slaagt ze nummer 7 en 8 over en springt van 9, 10 naar 12, dan 20, 30 en uiteindelijk 50 om dan terug bij 1 te beginnen.

Ze telt de voorbijgaande fietsers, het zijn er 20, 30 50, 1. Dan telt ze ons. Mama is 1, Louke is 2. 1 -2. 1-2. Wij zijn met twee, zegt ze. ‘Ik ben een kindje en jij bent groot’.

‘Dat klopt’ zeg ik. ‘Vroeger was ik ook een kindje, en nu ben ik al groot. Hoe lang blijf jij nog een kindje?’

Lou zegt: ‘Ik blijf altijd een kindje!’

Ze zegt het op zo’n overtuigende manier. Er zit geen enkele twijfel in haar stem of woorden. En ik schrik een beetje en mijn hart wordt verwarmd. Mijn onschuldige vraag maakt opeens zoveel emotie los bij mij. Lou blijft altijd een kindje, dat gelooft ze écht. Ze heeft nog geen besef van ouder worden en hoe de tijd vervliegt. Ze beseft niet dat ze zich misschien, net zoals haar mama, zorgen zal maken over de eerste grijze haren die veel te vroeg verschijnen, lachrimpels  die dieper worden en oma’s die net iets moeilijker de trap op kunnen dan enkele maanden voorheen. Ze kijkt niet met weemoed naar haar eigen babyfoto’s en ‘klaagt’ niet over de tijd die veel te snel gaat. Ze wil niet terug de tijd in om dingen opnieuw mee te maken of anders te doen. Lou zit in het nu. Ze leeft nu. Ze denkt aan nu. Soms aan morgen. Soms aan haar verjaardag. Maar ze denkt niet aan grijze haren, rimpels of doodgaan. Vandaag blijft ze kind. Vandaag blijft ze voor eeuwig een kind.

Als een peuter kleuter wordt

De afgelopen weken moest ik het woord scho… nog maar uitspreken of ik kreeg een heuse tirade van mijn peuter cadeau.

‘IK WIL NIET NAAR SCHOOOOHOOOOOOL’

Tja, eigenwijs is ze wel.

Haar opfleuren met een zelfgekozen rugzakje hielp niet. Haar uitleggen wat er ging gebeuren hielp niet. Haar proberen overtuigen door te praten over de nieuwe vriendjes die ze zou maken, je kan het al raden, hielp niet. De pure paniek in haar ogen bleef zichtbaar, haar handen bleven zich aan mijn kleren klampen, haar tranen bleven vloeien.

De laatste weken probeerde ik het onderwerp niet meer aan te snijden om de stress die ermee gepaard ging te kunnen vermijden. Maar op een bepaald moment nadert het einde van de vakantie en voor dat je ’t weet word je verwacht op het infomoment van de school. Tijd dus om er, met een bang hartje, weer over te beginnen.

‘Lou, we gaan vandaag eens kennismaken met jouw juf.’

Met de geruststelling dat de mama’s mee mogen en niet weggaan ging Lou akkoord. Met haar ene hand veilig in dat van mama T. en haar andere hand veilig in het mijne wandelden we naar school. Terwijl we de deur van haar nieuwe klas binnenliepen veranderde ze van een nerveus, klein peutertje naar een stoere, ondernemende kleuter. Veilige handen werden losgelaten, juffen werden met veel enthousiasme begroet, nieuw speelgoed werd onderzocht.

En toch vloeiden er traantjes. Van Lou omdat ze niet naar huis wilde en van de mama’s omdat ze vaarwel zeiden tegen die schattige peuter en nu een prachtige, grote kleuter hebben.

IMG_3698.JPG