Laat ze spelen.

In deze Covid-19-tijden is het voor veel ouders vast niet gemakkelijk. Uit werken combineren met opvang zoeken of thuis werken met 4 gillende koters. Of zelfs gewoon thuis met 4 gillende koters is al erg genoeg.

Voor het eerst in mijn leven ben ik dankbaar dat ik maar zo één kotertje heb en dat ze alles er heeft uit geschreeuwd tussen haar geboorte en 3 jaar. Nu ze vier is en de woordenschat en het redeneervermogen van een gemiddelde rechtenstudent in Antwerpen heeft, valt er met het kind al wel eens een ‘klapke’ te doen in plaats van enkel maar te moeten ruzie maken over wat wel en niet mag.

Ik ben zoals zovele ouders deze lockdown begonnen met het geweldige idee van schema’s, beperkte schermtijd en opdrachtjes. En na zo’n 3,5 dag kwam ik er niet alleen achter dat schema’s in tijden (en eerlijk gezegd buiten tijden) van Corona niks voor mij zijn, maar ook dat beperkte schermtijd niet werkt voor mij.
Ik ben op vele vlakken in mijn opvoeding nogal ‘los’. Ik vind (en ik weet dat ik niet de enige ben) dat mijn dochter best in staat is om veel dingen zelf te beslissen. Ik dwing haar bijvoorbeeld niet om haar bord leeg te eten, enkel zij kan voelen of ze genoeg heeft gegeten, niet ik. Over het dessertje dat ze niet krijgt omdat ze maar 2 rijstkorrels heeft gegeten ben ik dan wel standvastig.
Ik laat haar heel vaak haar emoties en gedachten uiten (tja, ze is nu eenmaal een kleine donderwolk). Haar emoties mogen er zijn, kwaadheid en frustratie en verdriet zeker ook. Onbeleefdheid…? Daar ben ik dan wél weer vasthoudend in, beleefdheid blijft essentieel.
En nu dus die schermtijd. In het begin van de lockdown mocht ze een half uurtje in de voormiddag, een half uurtje namiddag en nog een uurtje ‘s avonds. Maar ik heb mezelf wakker geschud.
In het ‘normale’ dagelijkse leven houd ik ook niet vast aan minuten. Ik ga mee met de golven van het leven. Ben ik zelf heel gestresst, verdrietig, uitgeput? Dan laat ik haar op de iPad, waarom het mezelf nog moeilijker maken? Heb ik zelf veel energie en zin om te ondernemen? Dan kom ik met ideetjes en trek ik haar mee in mijn fantasiewereld.
Dus waarom zou ik door deze Corona-crisis opeens een perfecte moeder moeten worden? Een terugkerend zinnetje waar ik mezelf constant aan moet doen herinneren:
‘gewoon goed, is goed genoeg’

En dus, na ongeveer 3,5 dagen de perfecte moeder proberen zijn, heb ik opgegeven. En besloot maar weer gewoon mezelf te zijn. Lou d’r moeder, een loedermoeder met de beste bedoelingen en een groot hart (al zeg ik ‘t zelf).
Ik heb de schermtijd losgelaten en mijn vierjarige zélf laten beslissen wanneer en hoeveel ze kijkt.
En die eerste dagen… tja, een doorwinterde Netflix-bingewatcher is er niks tegen. Maar langzaamaan begon ik verschil te zien.
De iPad ging vaker aan de kant, zonder dat ik erover moest zeuren. Als ze zag dat ik iets ‘boeiend’ deed, kwam ze uit zichzelf meedoen. Als er een Playmobil-poppetje haar begon te roepen: ‘speel met mij, speel met mij’, zag ik haar braafjes luisteren naar haar plastieken vriendje.

En eergisteren heeft ze de hele dag de iPad niet aangeraakt. Na het ontbijt zette ze zich op de grond en begon een treinspoor te maken. Tijdens de middag gaf ik haar een boterhammetje temidden haar Playmobil-paardjes en in de namiddag stond ik gewoon met open mond te kijken dat ze NOG STEEDS volledig geconsumeerd was door haar spel, fantasie en inspiratie.

Corona of geen Corona, dit had ik nog nooit gezien. Ze is nooit een goede ‘speler’ geweest en heeft altijd veel input en aandacht nodig van anderen (tja, enig kind, weet je wel), maar dit vond ik zo mooi om te zien. En ik wil heel graag geloven dat mijn ‘vrij laten’ er iets mee te maken heeft.

 

 

School op dag 1 (en op dag 2)

DAG 1

Hoe een eerste schooldag gaat verlopen is, to say the least, onvoorspelbaar. Tranen of geen tranen? Angst of geen angst? Goesting of geen goesting?

Wij kennen onze dramaqueen nogal goed. Ze is een controlefreak, ze is heel gevoelig en snel angstig. En haar favoriete plek is zo dicht mogelijk bij mama. Maar ze is ook heel leergierig en sociaal en zo creatief.  Dus het kon letterlijk beide kanten opgaan. En zo is het dus ook gegaan. Er waren tranen en er was zeker ook angst. Maar er was ook goesting en nieuwsgierigheid. Maar vooral… Er was een hele lieve juf die haar kon oppakken en afleiden van het afscheid dat haar eigenlijk veel te zwaar viel.

Toen we haar na 3 uurtjes gingen ophalen (we beginnen met halve dagen) en ze ons (de twee mama’s) in haar vizier had sprong ze recht om ons te knuffelen. Maar de juf zei dat ze het goed had doorstaan. Trots liet ze haar onze tekeningen zien, waarbij de juf nog even moest vermelden dat ze van Lou onder haar voeten had gekregen omdat ze haar naam niet juist had geschreven. Tja, dat is onze Lou.

DAG 2

Opstaan was moeilijk. Aankleden nog moeilijker. Ontbijten verschrikkelijk moeilijk. Naar school wandelen een drama. Haar daar achterlaten bijna onmogelijk. ‘Hou het afscheid kort’ zeggen ze. Maar hoe doe je dat als je letterlijk wordt vastgeklampt met een kracht die je in zo’n klein meisje onmogelijk acht?

Een zorgjuf kwam vragen of ik het goed vond dat zij ze weg nam.
Je kind achterlaten met zoveel tranen en zoveel angst, het is zo tegennatuurlijk. Niet alleen Lou wil dicht bij mij zijn. Als ik haar dan zo hulpeloos zie staan lijkt ze weer zo klein. En dan wil ook ik niets liever dan haar dicht bij mij en niet meer loslaten. Maar ze wil zo graag leren, ze wil zo graag spelen, ze wil zo veel dingen die ik haar niet (genoeg) kan geven.
En dus zeg ik tegen de zorgjuf dat het goed is. Dat ze haar mag meenemen naar een plekje waar ik uit ‘t zicht ben, waar ze hopelijk de afleiding en uitdaging kan vinden die ze nodig heeft. Waar ze kan leren tot rust te komen zonder mama in de buurt.

Ik blijf nog even buiten de schoolpoort staan. Ik hoor hoe haar gekrijs en geroep om mama de gangen vult. Ik zie andere ouders bemoedigend naar me knikken en glimlachen wanneer ze beseffen dat het mijn kleintje is dat de school op stelten zet. Ik hoor alweer die paniek en die angst van een hulpeloos kind dat mama nodig heeft.
En daarna hoor ik de stem van haar lieve juf. En bijna synchroon hoor ik het gehuil van Lou uitdoven. Op amper een halve dag heeft de juf haar vertrouwen kunnen winnen. Zo goed zelfs dat ze haar op deze tweede schooldag bijna direct gerustgesteld krijgt. Ik ben nu zeker, Lou is in goede, lieve handen. En ik kan met een gerust hart naar huis.

En terwijl Lou nu plezier heeft, tekent en schildert, zingt en lacht, tel ik de uren af. Wanneer mag ik haar terug ophalen?